
Voor het langdurig bewaren van biologische monsters, cellijnen of waardevol onderzoeksmateriaal komt cryogene opslag in beeld. De twee meest gebruikte methoden zijn opslag met vloeibare stikstof (LN2) en opslag in een mechanische cryogene vriezer. Welke methode het best bij uw lab past, hangt af van veiligheid, capaciteit, gebruiksgemak en logistiek. In dit artikel zetten we […]
Voor het langdurig bewaren van biologische monsters, cellijnen of waardevol onderzoeksmateriaal komt cryogene opslag in beeld. De twee meest gebruikte methoden zijn opslag met vloeibare stikstof (LN2) en opslag in een mechanische cryogene vriezer. Welke methode het best bij uw lab past, hangt af van veiligheid, capaciteit, gebruiksgemak en logistiek. In dit artikel zetten we beide opties tegen elkaar af, met praktische input van Robert van der Kuijlen, directeur van Poly Temp Scientific.
Cryogene opslag is alle opslag die plaatsvindt onder een temperatuur van -130 °C. Onder deze grens komen alle biologische processen in levende cellen tot stilstand. Het verouderingsproces stopt en celmateriaal kan voor vrijwel onbepaalde tijd bewaard worden zonder verlies van biologische integriteit. Daarmee is cryogene opslag de standaard voor cryopreservatie van cellen, weefsels, sperma, eicellen, embryo’s en andere biologische samples in onderzoek, klinische biobanken en farmaceutische ontwikkeling.
De term cryogeen komt uit het Grieks (kryos = ijskoud, genes = veroorzaker van) en verwijst naar extreem lage temperaturen, doorgaans onder -150 °C. Cryogene gassen zijn gassen die door sterke afkoeling vloeibaar worden en in die vloeibare vorm worden opgeslagen of getransporteerd. Bekende voorbeelden zijn vloeibare stikstof (-196 °C), vloeibare argon (-186 °C), vloeibare zuurstof (-183 °C), vloeibare waterstof (-253 °C) en vloeibare helium (-269 °C).
De vloeibare stikstof temperatuur bedraagt in de vloeibare fase -196 °C (77 Kelvin). Dit is het kookpunt van stikstof bij atmosferische druk. Zolang er vloeistof aanwezig is, blijft de temperatuur stabiel rond dit punt door verdampingskoeling. Boven het vloeistofniveau, in de zogeheten dampfase, ligt de temperatuur tussen ongeveer -150 °C en -190 °C, afhankelijk van de positie in de tank en het vulniveau.
Ter vergelijking: een mechanische cryogene vriezer houdt het volledige opslagvolume op een uniforme -150 °C. Dat ligt nét onder de glasovergangstemperatuur van water (-130 °C), waardoor cellen veilig in cryogene rust blijven zonder dat er ijskristalvorming of metabolische activiteit kan optreden. De vloeibare stikstof temperatuur biedt daarmee een ruimere veiligheidsmarge, terwijl de mechanische cryogene vriezer dichter bij de cryogene grens werkt zonder ooit eronder te komen.
Vloeibare stikstof wordt al decennia gebruikt voor cryogene opslag en is in veel labs nog steeds de standaardoplossing. De stikstof wordt opgeslagen in een vacuümgeïsoleerd dewarvat of stikstoftank, zoals het CryoExtra cryogeen opslagvat, dat de extreem lage temperatuur kan handhaven door minimale warmte-uitwisseling met de omgeving.
Een dewar, ook wel dewarvat genoemd, is een vacuümgeïsoleerd vat speciaal ontworpen voor opslag en transport van vloeibare stikstof en andere cryogene vloeistoffen. De dubbelwandige constructie met vacuüm tussen de wanden minimaliseert de warmte-overdracht naar een minimum. Daarnaast bevatten moderne dewars vaak een aluminium binnenwand en geavanceerde isolatielagen die de statische verdamping verder beperken. Een goed dewarvat kan vloeibare stikstof wekenlang vasthouden zonder bijvullen, afhankelijk van capaciteit en halsopening.
Bij cryogene opslag met LN2 is er onderscheid tussen automatisch en handmatig gevulde tanks:
Werken met vloeibare stikstof brengt serieuze veiligheidsrisico’s met zich mee. Verstikkingsgevaar is het belangrijkste risico: 1 liter LN2 levert bij verdamping ongeveer 700 liter stikstofgas op, dat zuurstof verdringt. In slecht geventileerde ruimtes kan dit binnen seconden levensgevaarlijk zijn. Daarnaast veroorzaakt direct contact koude brandwonden (cryogene burns), en kan in afgesloten leidingen gevaarlijke drukopbouw ontstaan.
Een ander praktisch nadeel: vloeibare stikstof verdampt continu, ook in goed geïsoleerde dewars. Dat betekent terugkerende leveringen, logistieke afhankelijkheid van de gasleverancier en een doorlopende verbruikspost. Sommige organisaties besluiten om die redenen geheel af te stappen van LN2.
Voor laboratoria die kiezen voor LN2-opslag levert Poly Temp diverse Thermo Scientific cryopreservation-systemen. De CryoPlus LN2 storage system is een auto-fill vapor phase systeem met microprocessor-gestuurde niveau-bewaking en past goed bij organisaties die voor automatisch gevulde opslag kiezen. Voor het gecontroleerd invriezen van cellen vóór de overgang naar langdurige cryogene opslag is er de CryoMed controlled rate freezer, die met dual solenoid LN2-injectie nauwkeurige vriesprofielen mogelijk maakt voor optimale cell viability.
Een mechanische cryogene vriezer is een elektrisch gekoelde vriezer die met meertraps cascadekoeling een uniforme temperatuur van -150 °C bereikt zonder vloeibare stikstof. Een voorbeeld in het assortiment van Poly Temp is de Labselect PTSL200CF -150 °C cryo-vriezer: een kistvriezer met dual compressor en four-stage cascadesysteem, draaiend op HC-koelgassen (GWP nagenoeg 0) en standaard 230V (geen krachtstroom nodig). Met een capaciteit van circa 200 liter, een ingebouwde batterij-back-up en uitgebreide alarmfuncties biedt de PTSL200CF betrouwbare cryogene opslag voor laboratoria, biobanken en R&D-omgevingen die de risico’s en logistiek van LN2 willen vermijden.
Volledige benutting van het opslagvolume. Robert van der Kuijlen (directeur Poly Temp) licht toe:
Met vloeibare stikstof kan de gebruiker opslaan in de dampfase, maar dat gaat ten koste van opslagcapaciteit. Met mechanische koeling is dat niet van toepassing. De 200 liter die beschikbaar is, kan de gebruiker volledig benutten voor de samples. Ook is het erin en eruit halen van materiaal bij onze -150 °C vriezer gemakkelijker dan bij een LN2-vat. De vriezer is namelijk maar een meter hoog.
De onderstaande tabel zet de belangrijkste verschillen op een rij.
| Aspect | Vloeibare stikstof (LN2) | Mechanische cryogene vriezer |
|---|---|---|
| Temperatuur | -196 °C (vloeistof) / -150 tot -190 °C (damp) | -150 °C uniform |
| Veiligheidsmarge bij stroomuitval | Passief, geen elektriciteit nodig | 20 °C marge tot -130 °C |
| Verstikkingsrisico | Ja, ventilatie en O2-detectie vereist | Nee |
| Koude brandwonden | Risico bij vullen en hanteren | Minimaal |
| Verbruik | Continue verdamping, periodieke levering | Alleen elektriciteit |
| Opslagcapaciteit benutting | Beperkt door damp- of vloeistoffase keuze | Volledig benutbaar |
| Hoogte / ergonomie | Hoog dewar, lastiger laden | Circa 1 meter, gebruiksvriendelijk |
| Logistieke afhankelijkheid | Stikstofleveringen, gasleverancier-contract | Alleen netstroom en service |
| Onderhoud | Vullen, niveau bewaken, dewar-onderhoud | Periodiek service-interval |
De keuze tussen LN2 en mechanische cryogene koeling hangt af van een aantal factoren. Bekijk eventueel ook ons volledige assortiment koel- en vriesapparatuur voor laboratoria voor een breder overzicht van opties.
Twijfelt u welke cryogene opslag het beste past bij uw situatie? Onze specialisten denken graag met u mee over capaciteit, veiligheid en infrastructuur. Neem contact op voor persoonlijk advies of vraag een offerte aan voor uw gewenste model.